Tijgerprint
dol op mannenvlees
vooral dat hele zachte
van prinsen en artiesten
nergens een plekje eelt
dan de keelplooien
heerlijk mals, gevoed
op zoete beeldtaal
slijp m'n watertanden
hul me liefst in duister
heel zacht voor me fluister
dupe van mannen voorbij
bruut door hen afgedankt
eenmaal uit modder verheven
mijn melk blankhuid smeurt
zij als eerste berouwen
mijn tijger,
z'n scherpe klauwen